Wrap-up: Is de energie te duur? 

Wrap-up: Is de energie te duur? 
LNG-tankers in de Eemshaven, met windturbines op de achtergrond. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Sabine Joosten.

Is de energie te duur? Die vraag stelden we de afgelopen maand in onze eerste Focus, en probeerden we te beantwoorden in een tiental artikelen, expert views en in onze podcast ENTRA Focus.

Een eenduidig antwoord op de vraag blijkt - ook weer niet zo wonderlijk - moeilijk. Want wat is ‘te duur’? Dat hangt ervan af wie je het vraagt, welk perspectief je kiest en wat je als uitgangspunt neemt: economische concurrentiekracht, betaalbaarheid, rechtvaardigheid of klimaatdoelen. Toch valt er wél iets zinnigs over te zeggen.

Duur én onvoorspelbaar

Bij de industrie is het antwoord helder: ja, de energie is te duur. De recente speelveldtoets van PricewaterhouseCoopers (PwC) maakt duidelijk dat de Nederlandse industrie relatief veel betaalt voor de levering van elektriciteit en gas. De signalen zijn er: bedrijven als LyondellBasell, Tronox en Indorama kondigen sluiting of vertrek aan. Gunvor en Westlake schroeven hun productie terug.  
 
Annemarie Spierings van Deltalinqs, de organisatie voor de industrie in het Rotterdamse havengebied, stelt dat we hier niet lichtzinnig over moeten doen. Het gaat volgens haar namelijk niet alleen om producten als plastic. “Het gaat om essentiële zaken zoals medicijnen, die je zelf wilt kunnen blijven produceren. In ieder geval in Europa.” Bovendien zijn bedrijven vaak zo verweven door hun processen, dat ze elkaar kunnen meetrekken in hun val.

Nettarieven sterk gestegen

De bezwaren richten zich niet alleen op de prijs per kWh elektriciteit of m3 gas, maar vooral op de nettarieven: de kosten voor het transport van energie. Deze zijn sterk gestegen door investeringen in netverzwaring voor de energietransitie. Uit de Financiële Impact Energietransitie voor Netbeheerders (FIEN+) blijkt dat tot 2024 € 220 miljard in de energie-infrastructuur wordt gestoken om de energietransitie mogelijk te maken. Netbeheerkosten maken nu ongeveer een kwart uit van de totale energierekening. Die gaat door deze investeringen naar ongeveer een derde in 2040. Er zijn plannen om die kosten via ‘amortisatie’ over langere tijd te spreiden, maar vooralsnog ontbreekt een structurele oplossing. 

In vergelijking met huishoudens is de belastingdruk op energie door ons degressieve energiebelastingmodel laag voor de industrie. Maar de CO₂-heffing bovenop het Europese emissiehandelssysteem (ETS) blijft bestaan en subsidies voor verduurzaming worden als ontoereikend ervaren. Daarnaast klagen perifere industrieën (Cluster 6) dat ze niet worden aangehaakt op de waterstofbackbone, en in het algemeen buiten het blikveld van de beleidsmakers vallen. Dus al zouden hun fabrieken willen verduurzamen, ze kúnnen niet. 

Niet elke industrie is gelijk

Maar er is ook nuance nodig. Niet elke industriële activiteit is even strategisch of toekomstbestendig, hoe graag de industrie dat beeld ook wil uitdragen. Sommige sectoren zoals de chemie zijn extreem energie-intensief, en historisch hier gevestigd (of steeds gebleven) vanwege goedkope Groningse gasvoorraden. Moeten we daar per se aan vasthouden? En moeten we zwichten voor druk van multinationale ondernemingen die weinig binding voelen met Nederland én de Nederlandse verduurzamingsambities? 
 
Of is het realistisch dat bepaalde productie zich verplaatst, en richten we ons liever op groene, flexibele industrie die kan meedeinen op vraag en aanbod van energie? De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. We willen geen race naar de bodem waarbij alle zware industrie verdwijnt, maar ook geen blanco cheque voor elk bedrijf dat energie vreet. Zoals het vaak wordt samengevat: de industrie zal groen zijn, of zal niet zijn.

Hoge belastingdruk

Bij huishoudens is de rekensom heel anders. In absolute zin betalen de gezamenlijke huishoudens meer voor energie dan de industrie, ondanks een veel lager verbruik. Waar de industrie gemiddeld € 3,2 miljoen per PJ aan energiebelasting betaalt, komt dat bij huishoudens neer op € 11,3 miljoen per PJ. Meer dan drie keer zoveel. 
 
Dat verschil zit vooral in de belastingdruk. Bij elektriciteit betaalt een huishouden zo’n 15% belasting over de kale prijs, bij gas loopt dat op tot 44%. Voor grootverbruikers ligt dat percentage respectievelijk op slechts 1 en 14%. Het roept vragen op over de rechtvaardigheid van ons degressieve tariefstelsel.

Marktwerking, beleid en afhankelijkheid

De kale energieprijs zelf is grillig. Na de Russische inval in Oekraïne stegen de prijzen explosief, om daarna weer te dalen. De gasprijs blijft overigens structureel bepalend voor de elektriciteitsprijs. Liquefied natural gas (LNG) uit de VS heeft de tekorten deels opgevangen, maar onzekerheden blijven - van geopolitieke spanningen tot netcongestie in Nederland. En hoe betrouwbaar is onze Trans-Atlantische handelspartner nog?

Energiebelasting, CO₂-heffing, subsidieregelingen en de invulling van nettarieven bepalen samen een groot deel van de prijs die we betalen. En daar zit meteen het politieke spanningsveld. Waar partijen als D66 en PvdA-Groenlinks pleiten voor het vasthouden aan klimaatafspraken en afbouw van fossiele subsidies, pleit de VVD voor het schrappen van extra heffingen om de concurrentiepositie van bedrijven te beschermen. Al beseft óók de VVD dat een heffing als de CO2-heffing als een stok achter de deur kan werken.

Dus: is de energie te duur?

Het korte antwoord: voor sommigen wel, voor anderen niet. Maar de verdeling voelt scheef. Voor energie-intensieve industrieën is de combinatie van hoge prijzen, onduidelijk beleid en zware netkosten een serieus probleem. Maar diezelfde industrie betaalt relatief weinig belasting. Voor consumenten is de belastingdruk juist hoog, zeker bij gas, wat de betaalbaarheid onder druk zet. Bovendien zal de maandelijkse energierekening de komende vijftien jaar met 30% stijgen. Tegelijkertijd is die hoge belasting een bewuste beleidskeuze die een afslag naar duurzame keuzes moet stimuleren. 

De échte vraag is misschien niet of de energie te duur is, maar of we de rekening eerlijk genoeg verdelen. En of het prijsmechanisme het juiste gedrag uitlokt. Als goedkope energie per definitie het doel is, verliezen we onze klimaatambities. Maar als energie onbetaalbaar wordt voor brede groepen mensen of strategische industrie, verliezen we draagvlak en weerbaarheid. 

Energie hoeft dus niet per se goedkoop te zijn. Maar wat we ons bedrijfsleven en onze industrie wél kunnen bieden, is consequent doorgevoerd beleid en concrete handelingsopties.

Tijdo is hoofdredacteur van ENTRA. Als afgestudeerd politicoloog zette hij in 2005 zijn eerste schreden in de journalistiek bij het Amsterdams Stadsblad. Sinds 2009 richt hij zich als vakjournalist met name op de bouw-, energie- en installatiesector. Meestal schrijvend, maar ook als podcastmaker en dagvoorzitter. Vaak met een kwinkslag, maar altijd op de inhoud.
Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.