De waterstofsector staat voor aanzienlijke ontwikkelingsuitdagingen. De vraag naar waterstof concentreert zich vooral in de industrie, maar er is vooralsnog weinig vraag naar hernieuwbare (groene) waterstof door hoge kosten en het eeuwige kip-en-ei-probleem. Er is vooralsnog weinig vraag naar groene waterstof en waardoor ook het aanbod niet groeit. Duitsland wil hier alvast verandering in brengen.
Het Duitse ministerie van Economische Zaken en Energie (BMWE) publiceerde 15 september een monitoringrapport over de energietransitie. Op basis daarvan definieerde bondsminister Katherina Reiche tien maatregelen en riep op tot een “pragmatische opschaling van waterstof” waarbij de focus moet liggen op marktmechanismen. Al te complexe regelgeving moet worden teruggeschroefd. Maar is de techniek klaar voor die opschaling? Hoe is de infrastructuur en hoe zijn de industriële installaties voorbereid op het draaien op waterstof? Zijn ze ‘H2-ready’?
Wat betekent H2-ready?
Het begrip H2-ready is de afgelopen jaren regelmatig opgedoken in de energiesector en in de industrie. Het klinkt alsof een installatie daarmee automatisch geschikt is om (volledig) op waterstof te draaien. In de praktijk is dat genuanceerder. Het label geeft aan dat een installatie zodanig is ontworpen dat deze in de toekomst kan worden aangepast voor het gebruik van waterstof. Vaak zijn daarvoor nog technische aanpassingen nodig.
Een duidelijke definitie wat H2-ready betekent ontbrak tot voor kort geleden. Daarom heeft TÜV SÜD een richtlijn ontwikkeld voor het definiëren van H2-ready van stoom- en gascentrales (STEGs) en biedt het onafhankelijke certificering aan voor Original Equipment Manufacturers (OEM's) en installatiebouwers (EPC's). Dit verhoogt de investeringszekerheid voor exploitanten van centrales.
H2-ready certificering
De certificering heeft betrekking op de gehele centrale met de relevante subsystemen. De relevante fasen in de levenscyclus worden geëvalueerd, samen met een stappenplan voor de overstap naar de toevoeging van waterstof of de verbranding van zuivere waterstof.
Voordelen van H2-ready certificering
TÜV SÜD geeft aan dat de richtlijnen duidelijkheid en transparantie bieden voor de verschillende belanghebbenden bij een energiecentraleproject. De richtlijnen bevatten alle te verduidelijken randvoorwaarden, maar ook de eisen aan de relevante componenten en systemen. Het certificeringssysteem bestaat daarom uit drie fasen en maakt de processen tot aan de ombouw naar waterstof inzichtelijk.
De TÜV-certificering bestaat uit drie fasen
- Conceptcertificaat: dit is een certificaat voor het conceptuele ontwerp, inclusief de randvoorwaarden tijdens de aanbestedingsfase.
- Projectcertificaat: dit is een certificaat voor de bouwfase, d.w.z. het definitieve ontwerp van de installatie en de bijbehorende specificaties.
- Overgangscertificaat: dit is het certificaat voor de definitieve ombouw van een gebouwde STEG-centrale naar waterstofverbranding – inclusief een overzicht van de retrofitmaatregelen en hun impact op de veiligheid en prestaties.
Industrie loopt voorop
In de industrie zijn veel installaties al geschikt om een beperkte hoeveelheid waterstof bij te mengen met aardgas. Moderne gasturbines kunnen doorgaans probleemloos tot circa 20% waterstof verwerken. Daarmee ontstaat een relatief eenvoudige route om de CO₂-uitstoot te verminderen zonder de volledige installatie te vervangen. De verwachting is dat waterstof sneller doorbreekt in de industrie dan in de gebouwde omgeving. Er is een aantal bedrijven dat inmiddels deelneemt aan demonstratieprojecten en pilots die met subsidies worden ondersteund.
Papierfabriek
Een bekend voorbeeld is het HYFLEXPOWER-project bij de papierfabriek van Smurfit Kappa in Saillat-sur-Vienne (Frankrijk). Daar draait een Siemens Energy SGT-400 gasturbine inmiddels op een flexibel mengsel van aardgas en waterstof. In eerste instantie werd tot 30% waterstof bijgemengd, maar inmiddels is aangetoond dat de turbine met lage-emissietechnologie volledig op waterstof kan draaien. Dit laat zien dat bestaande gasgestookte turbines daadwerkelijk kunnen worden omgebouwd.
Nieuwe centrales in Duitsland
Ook in Duitsland zijn stappen gezet richting waterstof. Zo kondigde energiebedrijf RWE in mei 2024 aan een H2-ready gecombineerde cyclus gasturbinecentrale (CCGT) te willen bouwen in Werne (Gersteinwerk). Het vermogen van deze installatie wordt circa 800 megawatt. De planning is dat de centrale in 2030 operationeel is.
Een ander voorbeeld komt van energiebedrijf EnBW, dat in april 2025 een waterstofgeschikte gascentrale in Stuttgart in gebruik nam. Dankzij subsidie wordt de turbine zodanig ingericht dat zij vanaf het midden van de jaren 2030 volledig op CO₂-arme waterstof kan draaien, mits die brandstof dan in voldoende mate beschikbaar is. Bij ombouwprojecten van kolencentrales in Altbach en Heilbronn eist EnBW eveneens H2-readiness van de gasturbines.
H2-ready certificaat gewenst?
Niet iedereen is overtuigd van de meerwaarde van een H2-ready-label. In het rapport Hydrogen readiness: a Trojan horse for fossil fuel lock-in (ClientEarth, april 2025) wordt gewaarschuwd dat het concept ‘waterstofgereedheid’ in beleid, wetgeving en het publieke debat weliswaar steeds vaker opduikt, maar tegelijkertijd ook aanzienlijke risico’s kent.
Een belangrijk punt dat in het rapport wordt aangehaald, is het lock-in-risico: infrastructuur die als H2-ready wordt bestempeld, kan juist de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengen. Waterstof kan namelijk ook met fossiel gas worden geproduceerd, of simpelweg niet in voldoende mate beschikbaar komen tegen een betaalbare prijs. Dat kan ertoe leiden dat installaties alsnog langdurig op aardgas blijven draaien.
Hoge kosten
Daarnaast zijn er prijsrisico’s, omdat de toekomstige kosten van waterstof onzeker zijn en mogelijk hoger uitvallen dan nu wordt voorzien. Mocht de grootschalige beschikbaarheid uitblijven, dan blijven H2-ready-faciliteiten eveneens afhankelijk van fossiel gas, met alle volatiliteit en stijgende langetermijnprijzen van dien.
Verder zijn er financiële risico’s, zoals waardeverlies van investeringen (asset stranding) en mogelijke rechtszaken rond greenwashing. Ook waarschuwt het rapport voor externe afhankelijkheid: net als fossiel gas zal waterstof grotendeels moeten worden geïmporteerd, wat de kwetsbaarheid van de EU vergroot.











